Problemen bij borstvoeding.
Wat zijn in het algemeen de oorzaken van problemen bij borstvoeding:
(dat zijn dus dingen waarop je zelf als ouder ook op moet letten!)
Je baby is pas vele uren na de geboorte voor het eerst aangelegd.
|
|
Er wordt op vaste tijden gevoed in plaats van op momenten dat de baby zelf aangeeft te willen drinken.
|
|
Het aanleggen wordt geforceerd waardoor de baby tegenzin krijgt tegen de borst.
|
|
De baby is te hongerig en als gevolg daarvan te prikkelbaar.
|
|
Je baby krijgt geen melk binnen door een verkeerde aanlegtechniek, en ziet dus geen verband tussen zuigen en melk krijgen.
|
|
Een slechte toeschietreflex door spanningen bij de moeder, stuwing, of tepelkloven.
|
|
Je baby zuigt niet omdat de borst niet gemakkelijk een raakvlak maakt met het gehemelte van de baby.
|
|
Na een tang- of vacuumverlossing laten veel babies het afweten omdat ze hoofdpijn hebben.
|
|
Mond of neus van de baby zijn uitgezogen.
|
|
Wat kun je nu doen als je baby niet of onvoldoende aan de borst drinkt?
Het belangrijkste is te zorgen voor een goede conditie van je baby. Dat wil zeggen dat altijd voorkomen moet worden dat je baby te hongerig wordt.
|
|
Ten tweede zorgen dat de melkproductie zo snel mogelijk op gang komt. Zorg dat je baby binnen 6 uur na de bevalling aangelegd wordt. Als
er redenen zijn waarom dat niet kan, start dan met kolven. Zolang er moedermelk is, zijn er voldoende mogelijkheden om de baby
ook in een later stadium aan de borst te leren drinken. Snel starten met kolven maakt het op gang komen van de melkproductie makkelijker.
Begin ermee binnen 6 uur na de bevalling.
|
|
Probeer alleen aan te leggen als je baby wakker is. Forceer het niet, doe het alleen zolang als jij en je baby het prettig vinden.
|
|
Leg je baby zo vaak mogelijk tegen je blote borst, zonder dat die er iets mee moet doen.
Bij voorkeur ligt de baby alleen met z'n luier om bij de moeder.
|
|
Als je moet bijvoeden, doe dat bij voorkeur met een spuitje, een lepeltje of een cupje.
|
|
Als je baby snel in slaap valt bij de borstvoeding, of langdurig oppervlakkig zuigt, moet gekeken worden of
je baby wel goed drinkt.
|
|
Doe niet te krampachtig! Borstvoeding en flesvoeding gaan prima samen. Het
is zo zonde, je ziet vaak borstvoeding mislukken na 14 dagen. De moeder gaat
dan ineens over op de fles, met alle gevolgen van dien: harde ontlasting,
toch stuwing, kramp. Probeer gewoon te schipperen. Je kunt best allebei
geven. Er zitten zoveel goede stoffen in borstvoeding voor je kind, dat het
zeker de moeite waard is.
|